Mu.ZEE, kunstmuseum aan zee

  • Musea (Beeldende Kunst)
  • Tentoonstellingsruimte
Oostende
België
Mu.ZEE is een fusie van twee structuren: de collectie van de Provincie West-Vlaanderen en de collectie van de Stad Oostende. We hebben de complementariteit van deze collecties onderzocht en verdedigd. Intussen is er een overeenkomst gesloten tussen beide besturen en vandaag zit de fusie in de laatste fase.
Op 8 mei 2008 startte de herinrichting van het volledige museum. Van de oorspronkelijke inrichting bleef niets meer over.
Eind april 2010 is Mu.ZEE een vzw geworden, die met een jaarlijkse dotatie zal werken. Vandaag zitten er in de vzw drie collecties:
* Provincie West-Vlaanderen
* Stad Oostende
* Nieuwe collectie waar op dit moment één kunstwerk in zit (nieuwe collectie van vzw Mu.ZEE)
Mu.ZEE werkt met een relatief groot aankoopbudget, doordat twee investeringssubsidies samenkomen. Nu is het mogelijk om reserve op te bouwen en te sparen voor een belangrijke aankoop.
In 1957 is de collectie van start gegaan. De toenmalige deputatie van de provincie besloot werk van jonge Vlaamse kunstenaars aan te kopen. Het kaderde in een traditie van kunstaankopen, die voorheen gericht was op het verfraaien van kantoren.
In 1959 werd een aankoopcommissie aangesteld, met het oog op de oprichting van een museum. In 1960 werd het woonhuis van Permeke aangekocht. De collectie Permeke is niet los te koppelen van de rest van het museum, omdat de kunstwerken ook tussen de twee plekken reizen.
Vanaf 1962 werd de collectie tentoongesteld in Brugge en Ieper. Pas in 1984-1985 neemt het museum zijn intrek in het voormalige warenhuis van Gaston Eysselinck in Oostende. In 1986 opende het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK).
De geschiedenis van het Museum voor Schone Kunsten in Oostende gaat terug naar 1885, toen een privéverzamelaar een aanzienlijke collectie kunstwerken schonk aan de stad. Acht jaar later besliste de gemeenteraad om een museum op te richten in een zaal van het oude stadhuis op het Wapenplein. De vader van Consant Permeke wordt de eerste conservator in 1897. Dankzij zijn inspanningen worden belangrijke werken aangekocht van onder meer James Ensor. Tijdens een luchtaanval in 1940 wordt het archief en de bibliotheek van het museum volledig vernield. Ongeveer 400 schilderijen en gravures gaan verloren. Na de Eerste Wereldoorlog wordt gewerkt aan de opbouw van de kern van de collectie met werken van de Oostendse kunstenaars James Ensor, Constant Permeke en Léon Spilliaert. Het museum wordt in 1958 ondergebracht in het gloednieuwe Feest- en Cultuurpaleis op het Wapenplein.

Fout ontdekt op deze pagina?
Laat het ons weten.